Reflexieve modernisering


Ik zie het streven naar duurzame ontwikkeling als een proces van reflexieve modernisering: veranderen door het kritisch bevragen van de bestaande status quo “een onduurzame samenleving”. Ik volg hierin bekende sociologen als Anthony Giddens en Ulrich Beck. Deze reflexieve modernisering richt zich op tal van vragen, variërend van “grote” vragen over grenzen aan de groei en houdbaarheid van bestaande productiesystemen, via existentiële vragen over waarden en wat we echt belangrijk vinden in onze cultuur en natuur, tot meer dagelijkse vragen over de aanschaf en het ontwerp van producten en aanpassingen in ons gedrag op terreinen als wonen, reizen, eten en zo voort.

Eén van de stellingen van Beck is dat de industriële samenleving in een fase is geraakt waarbij continu nieuwe risico’s gecreëerd worden. We leven in een risicomaatschappij. Met de normale voortgang van de industrialisering, de technologische ontwikkeling, de economische groei zijn onlosmakelijk grootschalige nucleaire, chemische, genetische en ecologische gevaren verbonden geraakt. De logische koppeling tussen industrialisering en technologische ontwikkeling aan de ene kant en maatschappelijke vooruitgang aan de andere kant is daardoor verloren gegaan. De hypothese van Beck is dat daardoor de invloedrijkste tegenstander van de industriële samenleving die samenleving zelf wordt. Door zijn dynamiek ondergraaft de industriële samenleving zijn eigen grondslagen. Daardoor wordt die samenleving gedwongen een andere weg in te slaan. In die reflexieve modernisering is een belangrijke rol weggelegd voor “change agents” zoals ik zelf, mensen die veranderprocessen faciliteren door anderen te laten nadenken en helpen te veranderen.

In veranderprocessen gaat het altijd om meer dan de ratio. Bij ontwerpprocessen naar duurzame producten of systemen gaat het naast kennis, logica en berekeningen vooral ook om creativiteit, verbeelding, durf en visie. Dat betekent dat we naast logisch denken vooral ook onze laterale, associatieve en creatieve denkvermogens moeten aanboren. Bij beoordelingsprocessen over goed en slecht in de context van duurzame ontwikkeling gaat het naast rationele en technische vragen ook om ethische vragen over goed en kwaad. Die vragen zijn niet logisch-rationeel te beantwoorden. Transities in het alledaagse leven voltrekken zich ook binnen emotionele en “meer-dan-rationele” processen. Veel van wat we “vanzelfsprekend”, “lekker of vies”, “normaal of abnormaal” of “logisch of onlogisch” vinden komt niet voort uit bewuste en rationele keuzeprocessen, maar is het resultaat van opvoeding en gewenning. Wanneer we gevoel, visie en emotie willen aanspreken, moeten we mensen ook daadwerkelijk op dat “niveau” raken. Rationele argumenten hebben hierin een plaats, maar zijn niet alleen toereikend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s