Voedsel van onverkoopbare bouwgrond – Groen – TROUW


De bouwcrisis maakt inventief. Steeds vaker wordt onverkoopbare grond gebruikt voor stadslandbouw. In een poging om grond toch nog een nuttige bestemming te geven komen architecten en planologen uit op het voeden van de kieskeurige stadsbewoner.
De crisis in het vastgoed is een zegen voor de opkomende stadslandbouw. Onverkoopbare bouwgrond wordt steeds vaker verpacht aan mensen die op die grond voedsel willen telen, voor zichzelf of voor de buurt. Stadslandbouw krijgt daarmee een impuls en komt meer en meer uit de hobbysfeer, zegt econoom Jan Willem van der Schans, werkzaam bij het Landbouw-economisch instituut (LEI).

De gemeente Apeldoorn bijvoorbeeld verslikte in zich in de grondhandel. De Gelderse gemeente rekende zich rijk met de verwachte verkoop van grond aan projectontwikkelaars. De crisis in de woningbouw gooide roet in het eten. De grond blijkt niet te verkopen. Apeldoorn zit nu met een verlies van 200 miljoen euro en flink wat ongebruikte grond.

Apeldoorn is niet de enige gemeente die in die zelf gegraven kuil is gevallen. Van der Schans laat een grafiek zien van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CSBS). Al in 2009 leden Nederlandse gemeenten voor ruim 400 miljoen euro verlies op exploitatie van bouwgrond. In 2008 was er nog 600 miljoen mee verdiend. “De trend is omgebogen en dat loopt parallel met de opkomst van voedselteelt in en om de stad. De steden die vastgoedproblemen hebben komen bijna allemaal met een voedselstrategie.”

Voedselzekerheid
Volgens Van der Schans is zo’n strategie een tikje overdreven. “Het veronderstelt dat we een probleem met voedselzekerheid hebben in Nederland. Dat is natuurlijk niet zo. Nederland kan prima zijn eigen voedsel verbouwen. Volgens de Britse architecte Carolyn Steel (zij schreef het boek ‘De Hongerige Stad’) is Nederland hét voorbeeld van een tuinstad. We zijn een land met overzichtelijke steden en veel platteland ertussen. Haar eigen Londen is heel anders. Daar wonen zo’n tien tot twaalf miljoen mensen op elkaar. Zestig tot zeventig procent van hun eten moet dagelijks worden ingevlogen. Als er iets gebeurt, hebben ze nog voor drie dagen eten. Dat wordt kernachtig samengevat met: ‘9 meals away from anarchy’. Maar neem Deventer. Waarom is daar een voedselstrategie nodig? Het boerenland is op fietsafstand.”

De LEI-econoom ontkent niet dat er toenemend onbehagen is over voedsel dat in overvloed van over de hele wereld komt vaak ten koste van mens en milieu. “Ik zie dat men zich zorgen maakt over de duurzaamheid van ons voedselsysteem. Het moet milieuvriendelijker, meer seizoensgebonden en het liefst bij boeren in de buurt vandaan komen. Dat is echter een sluipende crisis. Ik zie wel een versnelling na de mislukking van de klimaattop in Kopenhagen in 2009. Je zag op Twitter boodschappen verschijnen in de trant van: de politici kunnen de boom in, we gaan het zelf doen. Die onderstroom is er zeker en stadslandbouw is daar een uiting van.”

Stadslandbouw is in ontwikkelingslanden een groot onderwerp, omdat daar de vraag naar voedselzekerheid zich elke dag voordoet. In Nederland is het volgens Van der Schans vooral aanbodgedreven. “Hier zijn het de architecten en de planologen die meevaren op de golf van lokaal verbouwd voedsel en zich werpen op de stadslandbouw om al die onbebouwde grond in en om de stad toch nog een bestemming te geven.”

Onverkoopbare bouwgrond
Van der Schans zegt dat hij het niet tot in detail heeft uitgezocht, maar hij is ervan overtuigd dat de vastgoedcrisis een drijvende kracht is achter de opkomende stadslandbouw in Nederland. “Neem mijn eigen stad Rotterdam. De uitgifte van bouwgrond heeft lang veel geld in de gemeentelijke kas gebracht. Dat stokt nu vanwege de crisis in het vastgoed. Bij de dienst stedenbouw en volkshuisvesting in Rotterdam zijn hele afdelingen wegbezuinigd, omdat er niets meer te ontwikkelen valt.

“Dat geldt voor meer gemeenten in Nederland. Kijk maar naar die CBS-cijfers. Die onverkoopbare bouwgrond hangt hen als een molensteen om de nek. Omdat ook natuurontwikkeling niet meer op geld kan rekenen is men bij gemeenten, maar ook bij commerciële partijen, gaan kijken of stadslandbouw kan bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte.”

Volgens de LEI-onderzoeker geeft dat ruimte aan innovatieve boeren die inspelen op de veeleisende, maar ook kapitaalkrachtige stedelijke consument. “Wat je ziet is dat bestaande boeren wachten op uitkoop door gemeenten. Maar dat gebeurt nu niet meer. Dat geeft nieuw elan bij vaak kleinere boeren die met een specialisatie inspelen op de behoeften in de stad. Die gaan zich richten op aardbeien of wijnbouw. Dat is trouwens helemaal niet zo nieuw. In de negentiende eeuw zag je dat ook al, boeren die zich met speciale producten op de welgestelde stadsbewoners richten. Warmoezeniers werden ze toen genoemd. Die komen nu weer terug.”

Directeur Roel Vollebregt van gebieds- en vastgoedontwikkelaar AM, dochter van bouwconcern BAM, kan zich wel vinden in de redenering van Van der Schans. “Er is een vastgoedcrisis waardoor er minder gebouwd wordt. Projecten worden vertraagd, worden verdund of gaan helemaal niet door. Die grond krijgt een andere bestemming en landbouw is er een van.”

Die landbouwbestemming wordt niet beschouwd als een tijdelijke oplossing totdat de crisis is opgelost, zegt Vollebregt. “Ik zie onder grondeigenaren – gemeenten en projectontwikkelaars met name – nieuwe discussies ontstaan over grondbezit. Daarbij speelt de stadslandbouw een rol. Dat is een blijvende rol. Natuurlijk slaan we eerst een beetje door. Zo gaat dat altijd, maar de integratie van landbouw in stadsontwikkeling is een blijvertje, omdat men er de voordelen van inziet.”

Interactie tussen stad en platteland
Vollebregt geeft een voorbeeld: “Bij een gebiedsontwikkeling in de Haarlemmermeer hebben we besloten boeren niet uit te kopen, maar hen een rol te geven in het gebruik en beheer van het gebied. We zoeken naar interactie tussen stad en platteland. Tot voor kort zat landbouw de grootse plannen van de stad juist in de weg. Nu draagt het bij aan de leefbaarheid van wijken. Daarbij maakt het niet zo veel uit of het kijkgroen is of een bestaande veenweide met koeien. Als dat groen er maar is. En landbouw in of om de stad spreekt mensen erg aan, merken wij. Naast de voordelen van voedsel produceren, zorgt het voor meer sociale samenhang.”

Ook stadsecoloog Wout Veldstra van de gemeente Groningen ziet duidelijk een verband tussen de vastgoedcrisis en de toenemende kansen voor de stadslandbouw. Veldstra is doende met het opzetten van kleinschalige landbouwprojecten in en rond de stad.

In Groningen was het grootschalig project Meerstad in ontwikkeling voor woningen, stadsgroen en natuur. Dat project is vertraagd omdat de bouwbedrijven eruit stapten vanwege de vastgoedcrisis.

Veldstra: “Toen was er paniek. Hoe gaan we door met al die ongebruikte gronden? Vorige week heeft de gemeenteraad besloten dat Meerstad toch van start gaat, waarbij het oorspronkelijke masterplan de kast in gaat. Men wacht nu op ideeën uit de markt.”

Ideeën en plannen zijn er genoeg, zegt Veldstra. “Met Transition Towns Groningen willen we een duurzaam wijkje bouwen. Dat gebeurt op het land van twee boeren. Zij voorzien dat wijkje van voedsel en de bewoners doen werk voor de boeren. Verder zijn er zes projecten uitgekozen waarbij kleinschalige landbouw wordt gecombineerd met de opwekking van bio-energie.

“Ook aan de stadsranden liggen er gronden braak. Er is veel belangstelling voor van boeren, maar de vastgoedjongens moeten er nog erg aan wennen dat hun grond aan boeren wordt uitgegeven. Dat heeft tijd nodig, maar je kunt goede afspraken maken. Je ziet op dit moment duidelijk een versnelling van stadslandbouwprojecten. Vanuit die hoek bekeken mag die crisis nog wel even duren.”

Belevingslandbouw en stadsboerderij
Om zijn theorie te staven dat de vastgoedcrisis in Nederland de stadslandbouw bevordert geeft Van der Schans uit de losse pols wat voorbeelden uit de buurt van Rotterdam. “In de Schieveense polder tussen Rotterdam en Delft zal de komende dertig jaar geen ontwikkeling van vastgoed plaatsvinden. De nog over gebleven boeren daar is gesmeekt om te blijven. Met als argument dat de stedelijke consument almaar dikker wordt en behoefte heeft aan gezond en vers voedsel. Voorts ken ik een melkveehouder die is uitgekocht en dichter bij de stad, nabij vliegveld Zestienhoven, een nieuw boerenbedrijf is begonnen met een kinderopvang en zaalverhuur voor bedrijfsvergaderingen. Het loopt storm.”

Wat verder van Rotterdam, in Sliedrecht, weet de LEI-econoom dat reeds aangekochte grond weer aan boeren is terugverkocht tegen de landbouwwaarde. “Op voorwaarde dat de projectontwikkelaar recht van eerste koop houdt, mochten er weer plannen zijn om de stad uit te breiden. Die boeren gaan niet gelijk akkerbouw plegen, maar zijn paarden gaan houden. Dat zie je ook steeds meer: belevingslandbouw.”

In hartje Dordrecht staat Villa Augustus. Daar is op voormalig industrieel gebied een hotel in een oude watertoren gevestigd met een grote moestuin er omheen die levert aan het aanpalende restaurant. “Zo’n constructie geeft de buurt een stevige oppepper. Vastgoed stijgt daar in waarde. Iets dergelijks gaat eveneens gelden voor braakliggende terreinen in Rotterdam, waar stadsboeren hun oog op hebben laten vallen. De eerste Rotterdamse stadsboerderij – Uitje-eigenstad – op de Marconistrip, een verlaten spoorwegemplacement aan de Merwehaven, zal de buurt positief beïnvloeden. En niet alleen financieel.”

Op 8 maart wordt er in Almere de Dag van de stadslandbouw georganiseerd. Voor meer informatie kijk op: www.dagvandestadslandbouw.nl

bron:

Voedsel van onverkoopbare bouwgrond – Groen – TROUW.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s